Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
Partijen hebben het woord gevoerd; mrs. Tilleman en Baarspul aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.
Gerechtshof Amsterdam
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) klaagde tegen een notaris die op drie momenten een negatieve bewaringspositie had laten ontstaan, vertekende gegevens aan het BFT presenteerde ('windowdressing') en een negatieve liquiditeitspositie en negatief eigen vermogen had, wat de continuïteit van haar praktijk in gevaar bracht. De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht gegrond en legde een berisping op. Het BFT ging in hoger beroep en vorderde een zwaardere maatregel.
Het hof onderschreef de feiten zoals vastgesteld door de kamer en oordeelde dat de ernst van de inbreuken in beginsel ontzetting uit het ambt rechtvaardigt. De notaris voerde als bijzondere omstandigheden haar persoonlijke situatie en de door haar getroffen controlemaatregelen aan. Het hof oordeelde dat persoonlijke omstandigheden geen uitzondering vormen, maar achtte de getroffen maatregelen wel als bijzondere omstandigheden die een lichtere maatregel rechtvaardigen.
Gezien de aard, frequentie en ernst van de feiten en het vertrouwen in de continuering van de maatregelen, legde het hof een schorsing van drie maanden op. De beslissing van de kamer wat betreft de berisping werd vernietigd en de rest van de beslissing bevestigd. De maatregel van schorsing treedt in werking op een door de kamer te bepalen datum.
Uitkomst: Notaris geschorst voor drie maanden wegens ernstige inbreuken op bewaringsplicht en financiële verslaglegging.