Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
“omdat het niet mijn verklaring is”.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter werd verdachte beschuldigd van het besturen van een snorfiets onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 775 microgram per liter, wat boven de wettelijke limiet van 220 microgram ligt.
De verdachte ontkende het besturen van de snorfiets en stelde dat hij deze lopend voortduwde, zonder dat de motor draaide of de sleutel in het contact zat. Het hof stelde vast dat de verklaringen van verdachte ter plaatse tegenstrijdig waren en dat de bekennende verklaring onvoldoende betrouwbaar was om als bewijs te dienen.
Het hof onderzocht jurisprudentie over wat onder 'besturen' valt en concludeerde dat het voortduwen van een snorfiets naast zich lopen niet als besturen in de zin van de Wegenverkeerswet wordt beschouwd. Dit betekent dat verdachte niet als bestuurder kon worden aangemerkt en daarom vrijgesproken moest worden van het ten laste gelegde.
De rechtbank vernietigde het vonnis van eerste aanleg en sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs dat hij de snorfiets bestuurde onder invloed van alcohol.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat het voortduwen van de snorfiets niet als besturen wordt aangemerkt.