ECLI:NL:HR:2005:AT7292
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt begrip bestuurder bij handeling met handrem als bestuurder in Wegenverkeerswet
De zaak betreft een verdachte die als passagier in een voertuig zat en door het aantrekken van de handrem een verkeersongeval veroorzaakte waarbij twee inzittenden zwaar lichamelijk letsel opliepen. Het hof had geoordeeld dat de verdachte door het bedienen van de handrem de voortbeweging en rijrichting van het voertuig beïnvloedde en daarmee als bestuurder in de zin van de Wegenverkeerswet 1994 fungeerde.
De verdachte stelde in cassatie dat hij niet als bestuurder kon worden aangemerkt omdat hij niet op de bestuurdersstoel zat. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde het oordeel van het hof dat het hanteren van een bedieningsorgaan, zoals de handrem, voldoende is om als bestuurder te worden beschouwd.
Het hof had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor twaalf maanden. Tevens werd een schadevergoeding van € 2.500,- toegewezen aan de benadeelde partij. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een rijontzegging van twaalf maanden wegens het bedienen van de handrem als bestuurder.