Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grief 3 in principaal appelte behandelen.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de huurprijswijziging van een hotelpand centraal. [Appellant] is eigenaar van het pand en verhuurde dit aan De Lantaerne, dat het vervolgens overdroeg aan Centre Hotel. Centre Hotel vroeg een huurprijswijziging aan, waarna de Bedrijfshuuradviescommissie (BHAC) als deskundige werd benoemd om de nieuwe huurprijs vast te stellen. De BHAC stelde een huurprijs vast die aanzienlijk lager lag dan de oorspronkelijke huurprijs, wat door [appellant] werd betwist.
De kantonrechter verwierp grotendeels de bezwaren van [appellant] tegen het BHAC-rapport, maar stelde een stapsgewijze huurverlaging vast. [Appellant] stelde vier grieven aan het hof, waaronder de vraag of de BHAC als deskundige benoemd had mogen worden, gezien de geldigheid van het huurprijswijzigingsbeding in de Algemene Bepalingen (artikel 9.2).
Het hof oordeelde dat de behandeling van de hoofdzaak wordt aangehouden totdat de Hoge Raad een uitspraak doet over de geldigheid van artikel 9.2 van de Algemene Bepalingen, die door het hof Den Haag eerder was afgewezen maar waartegen cassatie is ingesteld. In het incident werd het verzoek tot uitvoerbaarverklaring van het eindvonnis afgewezen. De zaak is verwezen naar een rolzitting in februari 2018 voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad over de geldigheid van het huurprijswijzigingsbeding en wijst het verzoek tot uitvoerbaarverklaring af.