Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
4.Standpunt van klager
5.Standpunt van de toegevoegd gerechtsdeurwaarder
6.Beoordeling
- en daarmee ook de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid - bij het opdrachtverstrekkende kantoor. Van de toegevoegd gerechtsdeurwaarder kan bijvoorbeeld niet worden gevergd dat zij bij het uitvoeren van elke (losse) opdracht contact opneemt met het opdrachtverstrekkende gerechtsdeurwaarderskantoor met de vraag of er bijzonderheden zijn die zouden meebrengen dat de opdracht niet mag worden uitgevoerd. Feiten of omstandigheden op grond waarvan in dit geval daarover anders moet worden geoordeeld, zijn niet gesteld of gebleken. De tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het leggen van de beslagen berustte derhalve in dit concrete geval bij [gerechtsdeurwaarderskantoor X] , tot welk kantoor klager zich ook met zijn bezwaren en aansprakelijkheidsstellingen heeft gewend, en niet bij de toegevoegd gerechtsdeurwaarder. De klachten tegen de toegevoegd gerechtsdeurwaarder treffen, anders dan de kamer (deels) heeft geoordeeld, daarom geen doel.