ECLI:NL:GHAMS:2017:748
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid hof bij vernietiging arbitraal vonnis en overgangsrecht arbitrageregels
In deze zaak stond de vraag centraal welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van een procedure tot vernietiging van een arbitraal vonnis, gegeven de overgang van het oude naar het nieuwe arbitragerecht per 1 januari 2015. De Staat had bij het hof een vernietigingsprocedure ingesteld tegen een arbitraal vonnis van 8 maart 2016, terwijl [X] betoogde dat de rechtbank Amsterdam exclusief bevoegd was.
De arbitrageprocedure in eerste aanleg was gestart vóór de inwerkingtreding van de Wijzigingswet op 1 januari 2015, waardoor volgens [X] het oude recht van toepassing bleef. De Staat stelde dat het nieuwe recht van toepassing was op het hoger beroep, omdat dit na 1 januari 2015 was ingesteld.
Het hof oordeelde dat de overgangsregeling in artikel IV van de Wijzigingswet beoogt dat gedurende een arbitrale rechtsgang slechts één regime van toepassing is, ongeacht het aantal instanties. Dit betekent dat ook het hoger beroep onder het oude recht valt als de arbitrage in eerste aanleg vóór 1 januari 2015 aanhangig is gemaakt.
Daarom verklaarde het hof zich onbevoegd om kennis te nemen van de vernietigingsprocedure en verwees de zaak naar de rechtbank Amsterdam, die volgens het oude recht bevoegd is. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.