ECLI:NL:GHAMS:2017:789
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring middelingsverzoek inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft een verzoek tot middeling van de inkomens over de jaren 2005 tot en met 2007 ingediend bij de Belastingdienst. Dit verzoek werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van 36 maanden na onherroepelijkheid van de aanslagen. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bevestigt het Gerechtshof Amsterdam deze uitspraak. Het hof stelt vast dat het middelingsverzoek niet binnen de wettelijke termijn is ingediend, ook niet binnen de aanvullende termijn van twee maanden na onherroepelijkheid van een verminderingsbeschikking. De door belanghebbende aangevoerde informatie van de Belastingdienst-website biedt geen grond voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.
Het hof benadrukt dat van een beroepsmatig gemachtigde verwacht mag worden dat hij bekend is met de geldende termijnen of zich adequaat informeert. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen kosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het middelingsverzoek bevestigd.