ECLI:NL:GHAMS:2018:1257
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag op staande voet wegens verstrekking van drugs aan werknemer met beperkingen
In deze zaak staat het hoger beroep centraal van een werknemer, werkzaam als teamleider bij Stichting Pantar Amsterdam, die op staande voet is ontslagen wegens het verstrekken van drugs aan een werknemer met verstandelijke en lichamelijke beperkingen.
De kantonrechter oordeelde dat de dringende reden voor ontslag was gegeven, mede gebaseerd op een bekentenis tijdens een gesprek en WhatsApp-berichten. De werknemer betwistte dit en stelde dat zijn verklaring onder druk en dreiging was afgelegd, dat er sprake was van afpersing en dat de verklaringen van betrokkenen onwaarachtig zijn.
Het hof heeft geoordeeld dat er een begin van bewijs is voor het verstrekken van drugs, maar gezien de betwisting van de werknemer wordt Pantar toegestaan om nader bewijs te leveren door middel van getuigenverhoor. De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor verdere procedurele afstemming.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe en houdt verdere beslissing aan.