Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
de manis het volgende gebleken:
de vrouwis het volgende gebleken:
4.De omvang van het geschil
primairom:
subsidiairom:
5.De motivering van de beslissing
1 december 2015 ontbreekt en het hof de door de rechtbank bepaalde ingangsdatum niet onredelijk voorkomt zal dit deel van het verzoek worden afgewezen. Voor het bepalen van een bijdrage van de man in 98% van de schoolkosten van [de minderjarige] ziet het hof geen aanleiding, zodat ook dit deel van het verzoek van de vrouw wordt afgewezen.
6.De beslissing
- de zomervakantie, waarbij [de minderjarige] de eerste helft van de vakantie bij de man zal zijn;
- de kerstvakantie, waarbij [de minderjarige] 10 dagen aaneengesloten bij de vrouw zal zijn, waarvan de eerste 10 dagen in de even jaren en de laatste 10 dagen in de oneven jaren;
mr. W.K. van Duren, in tegenwoordigheid van mr. J. Stein als griffier, en is op 17 april 2018 uitgesproken in het openbaar.