ECLI:NL:GHAMS:2018:1369
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde bijkomend aanbod in onteigeningszaak na deskundigenonderzoek
In deze civiele procedure tussen de Staat der Nederlanden en Nieuw Werklust Holding B.V. staat de waardebepaling van een bijkomend aanbod centraal, dat betrekking heeft op de teruglevering van onteigende grond belast met een opstalrecht. Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het hof deskundigenonderzoek bevolen om de waarde van dit aanbod vast te stellen.
De kern van het geschil betreft de peildatum voor waardebepaling. De Staat stelt dat de datum van onteigening (22 mei 2002) als peildatum moet gelden, terwijl Nieuw Werklust meent dat de waarde moet worden bepaald op het moment van levering. Deskundigen kozen aanvankelijk de onteigeningsdatum, maar gaven aan dat het oordeel over het juiste waarderingsmoment aan het hof toekomt.
Het hof oordeelt dat de verwijzing naar de Onteigeningswet relevant is voor waarderingscriteria, maar niet doorslaggevend voor het peilmoment. Gezien de bijzondere omstandigheden, waaronder de uitgestelde levering en de belangen van beide partijen, acht het hof de actuele waarde het meest passend. Daarom beveelt het hof een nader deskundigenonderzoek om de waarde op basis van de actuele situatie te bepalen.
Het hof wijst verder verzoeken van Nieuw Werklust om aanvullende reacties af en bepaalt dat het deskundigenbericht uiterlijk op 18 september 2018 moet worden ingediend. Alle overige beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof beveelt nader deskundigenonderzoek om de actuele waarde van het bijkomend aanbod vast te stellen en wijst het standpunt van de Staat over de peildatum af.