ECLI:NL:GHAMS:2018:1419
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en geen schending hoorplicht door heffingsambtenaar
Belanghebbende is eigenaar van een woning waarvan de WOZ-waarde voor 2015 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €306.000 en na bezwaar verlaagd naar €250.000. Belanghebbende stelde dat de hoorplicht was geschonden omdat hij niet gehoord was, ondanks zijn verzoek, en dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. Tevens werd een schending van het gelijkheidsbeginsel aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende pogingen had gedaan om belanghebbende te horen, dat het verzoek om een inpandige opname van de woning niet verplicht was en dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De rechtbank verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel.
Het Hof bevestigt deze uitspraak. Het stelt dat de heffingsambtenaar belanghebbende en zijn gemachtigde meer dan voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord, waarbij het gebruik van een verkeerd telefoonnummer voor het niet tot stand komen van een afspraak voor rekening van belanghebbende komt. Het uitgebreide taxatierapport onderbouwt de WOZ-waarde van €250.000 adequaat. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde van ongelijke behandeling.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen kosten aan de procedure verbonden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €250.000 bevestigd.