Belanghebbende huurde op 20 februari 2016 een aanhangwagen bij een verhuurbedrijf en parkeerde zijn auto kort daarna op een fiscale parkeerplaats zonder parkeerbelasting te voldoen. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op wegens het niet betalen van parkeerbelasting. Belanghebbende stelde dat hij onmiddellijk aan het laden en lossen was, waardoor geen parkeerbelasting verschuldigd zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst na het parkeren was gesloten en dat de handelingen voorafgaand aan het aankoppelen van de aanhangwagen administratief van aard waren, waardoor geen sprake was van onmiddellijk laden en lossen. Dit oordeel werd in hoger beroep bevestigd. Het hof vond het niet aannemelijk dat de administratieve handeling slechts één minuut duurde en benadrukte dat er geen wachttijd vereist is voordat een naheffingsaanslag kan worden opgelegd.
Het hof concludeerde dat het parkeren op de fiscale parkeerplaats terecht was vastgesteld en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.