ECLI:NL:GHAMS:2018:1583
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag forensenbelasting ondanks niet verschijnen gemachtigde bij hoorzitting
De heffingsambtenaar van de gemeente Koggenland legde belanghebbende een aanslag forensenbelasting op voor het jaar 2015. Belanghebbende, vertegenwoordigd door een gemachtigde, maakte bezwaar tegen deze aanslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep werd ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam.
Tijdens de procedure stond centraal of de heffingsambtenaar de hoorplicht had geschonden door de gemachtigde niet te horen voordat de beslissing op bezwaar werd genomen. Het hof stelde vast dat belanghebbende en zijn gemachtigde correct waren uitgenodigd voor hoorzittingen, waaronder een telefonische hoorzitting, ondanks het verblijf van de gemachtigde in het buitenland. De gemachtigde maakte geen gebruik van deze mogelijkheden.
Verder oordeelde het hof dat de aanslag terecht was opgelegd omdat belanghebbende meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerd chalet in de gemeente Koggenland beschikbaar hield, terwijl haar hoofdverblijf elders was. Het beroep op een arrest van de Hoge Raad werd verworpen omdat er geen verhuurbemiddelingsovereenkomst bestond.
Het hof bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 8 mei 2018.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag forensenbelasting en oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden.