Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep
Indien geen schriftuur wordt ingediend kan de beslissing tot niet-ontvankelijkheid in het hoger beroep volgen (artikel 416, derde lid). Er is in een dergelijk geval sprake van een vormverzuim. Een automatisch volgende niet-ontvankelijkheid verdient naar mijn oordeel geen voorkeur. Hoezeer het achterwege laten van het tijdig indienen van een appèlmemorie ook mag worden betreurd, het belang van het appèl kan, ook maatschappelijk bezien, van groter belang zijn dan de scherpe sanctionering van een in beginsel herstelbare tekortkoming.
- op 11 juni 2011 is door de officier van justitie een EAB uitgevaardigd betreffende de verdachte ter zake van de moord/doodslag op [slachtoffer] in februari 2009 (feit A);
- verdachte is voor dit feit op 3 oktober 2011 in Ierland aangehouden en heeft daar overleveringsdetentie ondergaan;
- verdachte is op 3 juli 2015 aan Nederland overgeleverd en in verzekering gesteld. Op 6 juli 2015 heeft de raadkamer van de rechtbank Amsterdam de gevangenneming van verdachte bevolen. Overwogen is dat er ernstige bezwaren tegen hem waren gerezen en dat op het vermoedelijk begane feit een gevangenisstraf van meer dan 12 jaar is gesteld en de rechtsorde ernstig door dat feit is geschokt;
- met ingang van 18 juli 2016 heeft de rechtbank Amsterdam de voorlopige hechtenis van verdachte – onder voorwaarden – geschorst;
- bij vonnis van 15 mei 2017 is verdachte door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van feit A en het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven.
- op 5 januari 2016 is door de officier van justitie een aanvullend Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd “Voor het medeplegen van het onttrekken van een lijk aan nasporing”. Hierbij is aan de Ierse autoriteiten aanvullende toestemming verzocht om verdachte ook ten aanzien van dit feit te mogen vervolgen;
- bij voornoemd vonnis van 15 mei 2017 is verdachte door de rechtbank Amsterdam ter zake van feit B veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaren met aftrek van, kort gezegd, voorarrest en overleveringsdetentie;
- tegen het vonnis van 15 mei 2017 is zowel door verdachte als door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld;
- verdachte is gedagvaard voor de behandeling van het hoger beroep op 5 en 6 april 2018 ter zake van de feiten A en B;
- in een schrijven van het Ierse Department of Justice and Equality, Central Authority for the European Arrest Warrant van 29 november 2017 is meegedeeld dat toestemming voor de vervolging - naar het Hof begrijpt ter zake van feit B - op 26 oktober 2017 is geweigerd door het Ierse Hooggerechtshof “
- ter terechtzitting in hoger beroep op 6 april 2018 heeft de raadsman van verdachte een brief overgelegd afkomstig van mrs. [naam 1] , Chief State Solicitor, gedateerd 4 april 2018 waaruit blijkt dat tegen de beslissing van het Ierse Hooggerechtshof van 26 oktober 2017 geen rechtsmiddel is aangewend.
Tenlasteleggingen
Vonnis waarvan beroep
Standpunten openbaar ministerie en verdediging
Bewijsoverwegingen ten aanzien van zaak A
- In het gezicht, op de kin en in de behaarde hoofdhuid circa twaalf letsels, met scherprandige klieving van de ondergelegen weke delen. De letsels hadden het aspect van steek- en snijletsels. Maximale lengte van de gevonden steekkanalen was circa drie centimeter;
- Links aan de rug twee scherprandige huidperforaties van respectievelijk vijf en vier centimeter lang, beide met het aspect van steekletsels. In relatie hiermee waren er steekkanalen tot in de borsthalte te herleiden naar binnen en iets naar rechts. Er was veel gerelateerde bloeduitstorting in de rugspieren;
- Aan de buigzijde van de vingers van de linkerhand vijf scherprandige huidletsels met een perforatie van weke delen en doorsnijding van pezen;
- Op de rechterbil een scherprandig huidletsel van drie centimeter met het aspect van een steekwond en een daaronder gelegen steekkanaal in de weke delen van de bil. De lengte van het steekkanaal was circa 16 centimeter.
In relatie met de letsels beschreven onder het tweede gedachtestreepje waren er in de romp twee steekkanalen te herleiden. Beide verliepen van linksachter naar rechtsvoor en iets voetwaarts. In relatie met het bovenste letsel van vijf centimeter was er een steekkanaal van circa 15 centimeter lengte met perforatie van de rugspieren, de borstkas en het longvlies van de linkerlong, zonder perforatie van de long. In relatie met het onderste letsel van vier centimeter was er een steekkanaal van circa 20 centimeter lang met perforatie van de rugspieren, de borstkas, het middenrif, de milt, de maag, de linkerlong onderkwab, de linkerlong bovenkwab en het hartzakje links zijwaarts. (…)
Bewijsoverwegingen ten aanzien van zaak B
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straffen
Vordering van de benadeelde partij [nabestaande 1] en [nabestaande 2]
met zijn verjaardag. Bezoek is gecombineerd met een gesprek bij
slachtofferhulp Nederland. Augustus 2009
februari 2010
februari 2011
februari 2012
februari 2014
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
13 (dertien) jaren.
€ 24.966,46 (vierentwintigduizend negenhonderdzesenzestig euro en zesenveertig cent) bestaande uit € 9.966,46 (negenduizend negenhonderdzesenzestig euro en zesenveertig cent) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
159 (honderdnegenenvijftig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.