Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 2.633
€ 796
€ 665
€ 25
€ 660
€ 0
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2014 waarin de inspecteur de aftrek voor specifieke zorgkosten, waaronder fysio-fitness en dieetkosten, had geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof Amsterdam bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij in 2014 een medische aandoening had waarvoor fysio-fitness medisch noodzakelijk was, noch dat hij in dat jaar een dieet volgde dat voldeed aan de wettelijke voorschriften. Hoewel belanghebbende verklaringen van zijn huisarts overlegde, betroffen deze verklaringen een periode na 2014 en ontbraken essentiële gegevens zoals ingangsdatum van het dieet.
Het hof oordeelde dat de kosten voor fysio-fitness en dieetkosten niet als aftrekbare specifieke zorgkosten konden worden aangemerkt, omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 6.17 Wet IB 2001 en de Uitvoeringsregeling. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inspecteur ieder jaar opnieuw de aftrek beoordeelt en geen toezeggingen waren gedaan.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werden geen kosten aan de wederpartij opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van aftrek specifieke zorgkosten 2014 bevestigd.