Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
[het gezondheidscentrum] (…) Bezoekadres: [adres] (…) [Z]’. De verklaring luidt – voor zover hier van belang – als volgt:
3.Geschil in hoger beroep
Vervoerskosten
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte in haar aangifte inkomstenbelasting 2014 aanspraak op aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder vervoerskosten naar medisch specialisten en kosten voor extra kleding en beddengoed voor haar minderjarige dochter vanwege bedplassen.
De inspecteur weigerde deze aftrekposten omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de vervoerskosten daadwerkelijk waren gemaakt en dat haar dochter in 2014 leed aan een ziekte die de extra kosten rechtvaardigde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat de enkele ongedateerde verklaring van de huisarts onvoldoende is om aan te tonen dat de dochter in 2014 leed aan incontinentie die een chronisch ziektebeeld vormt, zoals vereist volgens de wet. Ook ontbraken bewijsstukken die de vervoerskosten onderbouwen. De inspecteur mocht in bezwaar en beroep aanvullende gronden aanvoeren voor de weigering van aftrek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de aftrek specifieke zorgkosten bevestigd.