ECLI:NL:GHAMS:2018:2367
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor vermogensbeheer via gemeenschappelijk beleggingsfonds
Belanghebbende, een vermogensbeheerder met vergunningen voor individuele en collectieve beleggingsdiensten, bood een product aan waarbij cliënten via een Stichting vermogen inlegden dat collectief werd beheerd op een Centrale Rekening. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij meende dat sprake was van individueel vermogensbeheer zonder toepassing van de vrijstelling.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, stellende dat geen sprake was van een gemeenschappelijk beleggingsfonds en dat het toezicht niet bijzonder was. Het Hof stelde echter vast dat het vermogen juridisch en economisch werd samengevoegd, dat de Stichting als beleggersgiro fungeert en dat de beleggers gezamenlijk risico lopen binnen modelportefeuilles. Hierdoor voldeed het product aan de kenmerken van een gemeenschappelijk beleggingsfonds.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onder bijzonder overheidstoezicht staat, gelijkwaardig aan dat van collectief vermogensbeheer, en dat de vrijstelling omzetbelasting van toepassing is. De naheffingsaanslag werd vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd en de diensten zijn vrijgesteld als beheer van een gemeenschappelijk beleggingsfonds.