ECLI:NL:GHAMS:2018:2444
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake pseudo-eindheffing crisisheffing loonheffing
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de afdracht van de pseudo-eindheffing hoog loon (crisisheffing) over het tijdvak 1 maart 2013 tot en met 31 maart 2013. De inspecteur heeft het bezwaar afgewezen en de rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelt belanghebbende dat de crisisheffing in strijd is met artikel 1 Eerste Pro protocol EVRM en artikel 14 EVRM Pro, en dat de heffing leidt tot een individuele en buitensporige last. Het hof overweegt dat de wettelijke regeling op regelniveau niet in strijd is met deze artikelen, conform eerdere arresten van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Het hof oordeelt dat een individuele en buitensporige last alleen kan worden aangenomen indien bijzondere feiten en omstandigheden bij belanghebbende zich onderscheiden van anderen. Belanghebbende heeft echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar liquiditeit, solvabiliteit of rentabiliteit zodanig is aangetast dat haar bedrijfsvoering in gevaar is gekomen.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.