ECLI:NL:GHAMS:2018:2951
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtsmacht Nederlandse rechter in geschil over onrechtmatige onttrekkingen en aansprakelijkheid aandeelhouders Unitel
In deze civiele procedure vordert PT Ventures SGPS S.A. (PTV) dat [Y] c.s. hoofdelijk worden veroordeeld tot schadevergoeding wegens onrechtmatige onttrekkingen van ruim $470 miljoen uit Unitel, een Angolese telecomonderneming waarin PTV 25% aandelen bezit. De vorderingen richten zich tegen [Y], Tokeyna Management Limited, Unitel International Holdings B.V. (UIH) en [X], die op verschillende wijzen betrokken zouden zijn bij de onttrekkingen, aangeduid als "de Transacties".
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ten aanzien van de vorderingen tegen de verschillende partijen. De rechtbank had dit bevestigd op grond van samenhang en doelmatigheid, en het hof bekrachtigt dit oordeel. Tevens is een incidentele vordering van PTV tot informatieverstrekking afgewezen wegens te algemene en onbepaalde formulering.
Het hof oordeelt dat de vorderingen voldoende samenhangen en dat het redelijk voorzienbaar was dat partijen gezamenlijk voor de Nederlandse rechter zouden worden gedaagd. Misbruik van procesrecht wordt niet aangenomen. De zaak wordt verwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak. Daarnaast zijn kostenveroordelingen uitgesproken die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de Nederlandse rechtsmacht en wijst de incidentele vordering tot informatie af wegens te algemene formulering.