Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
4.Beslissing
16 oktober 2018voor het nemen van een akte door [geïntimeerde] tot het hiervoor omschreven doel;
Gerechtshof Amsterdam
Pidoux Beheer B.V. is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kantonrechter die haar veroordeelde tot betaling van een transitievergoeding en achterstallig salaris aan een voormalige administratief medewerker. De arbeidsovereenkomst werd beëindigd wegens bedrijfseconomische redenen met toestemming van het UWV.
De kern van het geschil betreft de hoogte van het loon waarop de transitievergoeding gebaseerd moet worden. De werknemer stelt dat zij een schriftelijke arbeidsovereenkomst heeft waarin een bruto maandsalaris van € 2.844,85 is overeengekomen voor 34 uur per week. Pidoux betwist dit en voert aan dat de werknemer feitelijk 28 uur per week werkte en dat de overeenkomst pas in februari 2016 is opgesteld, terwijl het salaris toen al was aangepast naar € 2.342,80.
Het hof constateert dat de door de werknemer overgelegde arbeidsovereenkomst waarschijnlijk pas in februari 2016 is opgesteld en dat de eerste bladzijde van het contract niet overeenkomt met het ondertekende exemplaar. Pidoux draagt de bewijslast voor haar stelling van vervalsing. Het hof stelt de werknemer in de gelegenheid tegenbewijs te leveren en wijst verdere beslissing aan. Het hof raadt partijen aan het geschil minnelijk op te lossen om verdere proceskosten te vermijden.
Uitkomst: De zaak is aangehouden om de werknemer in de gelegenheid te stellen tegenbewijs te leveren over de geldigheid en inhoud van de arbeidsovereenkomst.