Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
Feiten
Afwijking van aangifte
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende investeerde in 2004 in teakhoutparticipaties via een overeenkomst met [B BV], die in 2010 failliet ging. De Belastingdienst stelde de waarde van deze participaties voor 2013 vast op basis van een taxatierapport van Pöyry en een vaststellingsovereenkomst met de Vereniging van Teakhoutparticipanten (VTP).
Belanghebbende voerde aan dat de participaties geen waarde hadden vanwege wanbeheer en het faillissement, en verzocht om vernietiging van de aanslag. De rechtbank oordeelde echter dat ondanks de negatieve berichtgeving en reputatie van de beheerder [C SA], de participaties wel degelijk een waarde vertegenwoordigen op de peildatum 1 januari 2013.
Het Hof onderschreef dit oordeel en wees erop dat belanghebbende onvoldoende cijfermatige onderbouwing leverde voor een waardering van nihil. Ook de niet-verhandelbaarheid van de participaties werd niet als reden voor waardevermindering geaccepteerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de waardering van de teakhoutparticipaties en wijst het hoger beroep af.