ECLI:NL:GHAMS:2018:3696
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzuimboete vennootschapsbelasting na te late aangifte ondanks meerdere verzuimen
Belanghebbende diende de aangifte vennootschapsbelasting 2015 niet tijdig in, ondanks verleend uitstel en meerdere herinneringen en aanmaningen door de Belastingdienst. De aangifte werd pas op 12 mei 2017 ingediend, terwijl de uiterste datum 24 maart 2017 was. De inspecteur stelde daarop ambtshalve de aanslag vast en legde een verzuimboete op van €2.639, de helft van het wettelijk maximum.
Belanghebbende had ook in de voorgaande vier jaren telkens te laat de aangifte ingediend. De inspecteur behandelde de alsnog ingediende aangifte als een bezwaarschrift en verminderde de aanslag overeenkomstig, maar handhaafde de boete. Belanghebbende voerde onder meer aan dat zij geen schuld had en dat haar financiële omstandigheden een lagere boete rechtvaardigden, maar het hof verwierp deze bezwaren.
Het hof benadrukte dat belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor tijdige indiening, ook bij gebruik van een gemachtigde die volgens het hof herhaaldelijk verzoeken tot tijdige indiening negeerde. Het hof achtte de boete passend en geboden gezien het herhaaldelijke verzuim en de omstandigheden. Ook het te laat indienen van stukken tijdens de procedure leidde niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de verzuimboete van €2.639 wegens te late aangifte vennootschapsbelasting.