ECLI:NL:GHAMS:2018:3941
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor openbare belediging bij protest tegen verkoop Mein Kampf
De verdachte werd beschuldigd van openbare belediging door het beplakken van een etalageraam met pamfletten die discriminerende teksten bevatten, gericht tegen de eigenaar van een antiquariteitenwinkel die het boek Mein Kampf verkocht.
De verdediging stelde dat de uitingen bedoeld waren als maatschappelijk protest en niet gericht waren op de persoon zelf. Het hof erkende dat de teksten beledigend waren en dat het publiek deze aan de winkelier zou toeschrijven, maar oordeelde dat de uitingen een bijdrage leverden aan het maatschappelijk debat over de verkoop van Mein Kampf.
Hoewel de uitingen grievend waren, overschreden zij niet de grens van het toelaatbare binnen het kader van de vrijheid van meningsuiting zoals gewaarborgd in artikel 10 EVRM Pro. Daarom was de opzettelijke openbare belediging niet wettig en overtuigend bewezen en sprak het hof de verdachte vrij.
De beslissing kwam na toetsing van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, de opzet van de verdachte en de context van het protest, waarbij het hof ook het arrest van de Hoge Raad van april 2018 betrok.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep leidde tot vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openbare belediging wegens bijdrage aan maatschappelijk debat en ontbreken van onnodig grievend karakter.