ECLI:NL:GHAMS:2018:4166
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijslevering verzoek tot plaatsing extra steiger afgewezen
In deze civiele zaak stond centraal of appellant kon bewijzen dat op 3 november 2009 een telefoongesprek heeft plaatsgevonden tussen een werknemer ([A]) en een vestigingsmanager ([B]) waarin werd gevraagd om plaatsing van een extra steiger aan de achterzijde van een pand. Het hof had appellant eerder toegelaten tot bewijslevering van deze stelling.
Tijdens het getuigenverhoor verklaarden appellant en [A] dat het verzoek telefonisch was gedaan, terwijl [B] dit ontkende en aangaf dat hij niet gebeld was en dat een dergelijk verzoek normaal via de chef-monteur of bedrijfsleider zou lopen. Het hof vond de verklaringen van appellant en [A] niet overtuigend en achtte het bewijs niet geleverd, mede vanwege het late tijdstip waarop het telefoongesprek werd ingebracht en het feit dat appellant partij is in de zaak, wat de bewijskracht van zijn verklaring beperkt.
Het hof concludeerde dat appellant niet voldeed aan zijn bewijsrisico en dat de grieven tegen het vonnis geen succes hadden. Het bestreden vonnis werd dan ook bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep van appellant af wegens onvoldoende bewijs.