Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag rioolheffing en verzocht om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. De heffingsambtenaar vernietigde de aanslag en kende een proceskostenvergoeding toe op basis van een wegingsfactor van 0,25, wat staat voor een zeer lichte zaak.
Belanghebbende stelde dat zij ten onrechte niet werd gehoord en dat de toegepaste wegingsfactor te laag was, mede omdat in vergelijkbare zaken hogere factoren werden gehanteerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde dit oordeel.
Het hof overwoog dat de heffingsambtenaar een discretionaire bevoegdheid heeft om het gewicht van de zaak te bepalen en dat het horen niet verplicht was omdat het bezwaar volledig werd toegewezen. Ook was de toepassing van een wegingsfactor van 0,25 redelijk gezien de aard en complexiteit van de zaak.
De klacht over het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere hogere wegingsfactoren geen toezegging voor de toekomst vormden. Het hof wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.