De veroordeelde was eerder onherroepelijk veroordeeld voor witwassen en verduistering. In de ontnemingszaak vorderde het openbaar ministerie aanvankelijk een bedrag van €170.580,83, dat later werd teruggebracht tot €18.200. De rechtbank legde een ontnemingsmaatregel van €16.380 op vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De veroordeelde stelde dat hij geen wederrechtelijk verkregen voordeel had, omdat hij het horloge slechts had gekregen van zijn partner die het met misdrijfgeld had gekocht en dat het horloge als onderpand was gegeven. Het hof oordeelde dat de veroordeelde daadwerkelijk over het horloge beschikte en wist dat het met crimineel geld was aangeschaft, waardoor het voordeel bij hem ontnomen moet worden.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €18.200, met een matiging van 10% vanwege termijnoverschrijding, zodat de betalingsverplichting €16.380 bedraagt. Dit strookt met het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel, gericht op het tenietdoen van het voordeel dat de veroordeelde daadwerkelijk heeft behaald.