ECLI:NL:GHAMS:2018:4578
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest over comparitie en procedurele voortgang in civiele zaak
In deze civiele zaak tussen appellant en geïntimeerde heeft het Gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen op 11 december 2018. Appellant was in hoger beroep gekomen tegen een of meer vonnissen van de rechtbank. Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten met als doel het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen.
Partijen dienen persoonlijk of via een vertegenwoordiger die bevoegd is tot het aangaan van een schikking te verschijnen, samen met hun advocaten, voor de raadsheer-commissaris mr. D.J. van der Kwaak. De comparitie zal plaatsvinden in het Paleis van Justitie te Amsterdam op een nader te bepalen datum. Partijen moeten hun verhinderdagen voor de eerstkomende vier maanden opgeven, waarna de datum wordt vastgesteld. Verder moet appellant binnen vier weken een kopie van het volledige procesdossier indienen, en partijen dienen uiterlijk twee weken voor de comparitie de stukken waarop zij een beroep willen doen aan het hof en de wederpartij te overleggen.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan totdat de comparitie heeft plaatsgevonden. Dit tussenarrest betreft daarmee een procedurele maatregel gericht op het bevorderen van het procesverloop en het mogelijk bereiken van een minnelijke oplossing.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissingen aan.