ECLI:NL:GHAMS:2018:4578

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
12 december 2018
Zaaknummer
200.250.241/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over comparitie en procedurele voortgang in civiele zaak

In deze civiele zaak tussen appellant en geïntimeerde heeft het Gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen op 11 december 2018. Appellant was in hoger beroep gekomen tegen een of meer vonnissen van de rechtbank. Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten met als doel het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen.

Partijen dienen persoonlijk of via een vertegenwoordiger die bevoegd is tot het aangaan van een schikking te verschijnen, samen met hun advocaten, voor de raadsheer-commissaris mr. D.J. van der Kwaak. De comparitie zal plaatsvinden in het Paleis van Justitie te Amsterdam op een nader te bepalen datum. Partijen moeten hun verhinderdagen voor de eerstkomende vier maanden opgeven, waarna de datum wordt vastgesteld. Verder moet appellant binnen vier weken een kopie van het volledige procesdossier indienen, en partijen dienen uiterlijk twee weken voor de comparitie de stukken waarop zij een beroep willen doen aan het hof en de wederpartij te overleggen.

Het hof houdt iedere verdere beslissing aan totdat de comparitie heeft plaatsgevonden. Dit tussenarrest betreft daarmee een procedurele maatregel gericht op het bevorderen van het procesverloop en het mogelijk bereiken van een minnelijke oplossing.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.250.241/01
zaaknummer rechtbank : 6534417 CV EXPL 17-29143
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 december 2018
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. C.F.J.M. Nelemans te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.N. Heeringa te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Appellant heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. D.J. van der Kwaak, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 4 weken na heden op de rol van 8 januari 2019 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de comparitie zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de comparitie meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de comparitie na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellant uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de comparitie de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.