Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Mededeling Verrekening of terugbetaling” - is aan belanghebbende het volgende medegedeeld:
“Betreft uw brief van 5 april 2013”en die is gericht aan de
“Belastingdienst/Centrale Administratie”, heeft belanghebbende het volgende aan de Belastingdienst medegedeeld:
In tegenstelling tot hetgeen de rechtbank heeft vastgesteld heb ik wel bezwaar gemaakt.
U vraagt mij waartegen dat bezwaar was gericht. Dat bezwaar was gericht tegen de verrekening - de mededeling verrekening van 5 april 2013 - en niet tegen de hoogte van het bij de aanslag IB/PVV 2008 vastgestelde belastbare inkomen. Ik merk op dat ik de procedures rondom verrekening niet kan volgen; ik vind deze erg ondoorzichtig.
De mededeling verrekening krijg je eerder binnen dan de aanslag waarbij een bedrag wordt toegekend. Dat is dan toch niet te volgen? Er zijn ook regels waaraan de Belastingdienst zich bij verrekening moet houden. Hier geldt toch ook het bestuursrecht. Volgens mij is het zo dat als ik beroep instel de Belastingdienst in beginsel niet mag verrekenen.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
De wettelijke bezwaartermijn van zes weken is geëindigd op 21 mei 2013.
De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd of aangeboden, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst of aanbieding van het bezwaarschrift op dat adres. Dit brengt met zich dat eiseres in eerste instantie kan volstaan met het bewijs van verzending van het bezwaarschrift naar het juiste adres voor het verstrijken van de bezwaartermijn.