Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende stelde bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2009 en tegen het uitblijven van een beslissing op dat bezwaar. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Belanghebbende voerde aan dat zij eerder bezwaar had gemaakt en dat de verrekening van het terug te ontvangen bedrag onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen de aanslag te laat was ingediend en dat de brief van 19 april 2013 slechts een bezwaar tegen de verrekening betrof, waartegen geen bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat. Ook de dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar werd afgewezen omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was.
Het Hof bevestigde deze beoordeling en verduidelijkte dat beslissingen tot verrekening door de ontvanger van de Belastingdienst en de Belastingdienst/Toeslagen niet voor de bestuursrechter toegankelijk zijn. Dit volgt uit de Invorderingswet 1990 en de Algemene wet inzake inkomensafhankelijke regelingen. Belanghebbende moet zich in dergelijke gevallen wenden tot de burgerlijke rechter.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.