Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.2. Feiten
Voor de beantwoording van deze vraag is beslissend of de Belastingdienst de schriftelijke mededeling van de verdaging van de primaire beslistermijn heeft verzonden vóórdat deze termijn was verstreken.
(…)
Aangezien de bekendmaking van de verdaging van de primaire beslistermijn is geschied bij brief van 17 februari 2016 en de belanghebbende stelt deze schriftelijke mededeling te hebben ontvangen, kan ervan worden uitgegaan dat de mededeling door toezending is bekendgemaakt.
Vaststaat dat de Belastingdienst de brief van 17 februari 2016 ter post heeft bezorgd. Voorts is aannemelijk dat de Belastingdienst deze brief vóór het einde van de primaire beslistermijn, welke eindigde op 21 februari 2016, ter post heeft bezorgd. Ter onderbouwing van dit standpunt voer ik het volgende aan.
Volgens vaste werkwijze is de brief van 17 februari 2016 door de behandelend ambtenaar opgemaakt met behulp van het geautomatiseerde systeem “Generieke Bezwaar en verzoek Voorziening” (hierna “GBV”). De brief van 17 februari 2016 is volgens het in GBV bijgehouden logboek opgemaakt op 17 februari 2016 en is op dezelfde datum in GBV opgevoerd als uitgaand document (bijlage 1). Na het opmaken is de brief van 17 februari 2016 opgeslagen in GBV. Na het opmaken en het opslaan van de brief van 17 februari 2016 in GBV is op 17 februari 2016 de brief geprint, ondertekend, in een enveloppe gestopt en in het postvak voor uitgaande post gedeponeerd. (…) Deze post wordt tweemaal daags opgehaald door een medewerker van de Belastingdienst/CFD. De post wordt voor de laatste maal opgehaald rond 15.00 uur. In de postkamer wordt de post vervolgens gesorteerd en wordt deze dagelijks aangeleverd aan PostNL. Van de verzending is geen verdere registratie bijgehouden.
(…)
Bij nadere navraag is inderdaad gebleken dat de Belastingdienst postcontracten heeft afgesloten waarbij alleen op uitdrukkelijk verzoek van de Belastingdienst de bij PostNL ter post bezorgde post binnen 24 uur na terpostbezorging wordt bezorgd door PostNL. In het geval van de onderhavige brief van 17 februari 2016 was echter geen sprake van een verzoek van de Belastingdienst aan PostNL om deze binnen 24 uur na terpostbezorging te bezorgen.”
(…)
Principe uitgangspunt binnen de Belastingdienst is dat het contract met 3 bezorgdagen wordt gehanteerd, tenzij de ambtenaar aangeeft dat de post binnen 24 uur moet worden bezorgd.”
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
De termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar is dan aangevangen op dinsdag 15 december 2015. Deze termijn zou dan eindigen op maandag 25 januari 2016 (artikel 7:10, eerste lid, Awb), met dien verstande dat deze termijn niet op die datum is geëindigd, omdat het verstrijken van die termijn met 28 dagen is opgeschort en aldus – behoudens verdaging – op maandag 22 februari 2016 zou zijn geëindigd.
In de visie van belanghebbende zou de termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar, behoudens de verdaging van die termijn, op zaterdag 20 februari 2016 zijn geëindigd. Volgens belanghebbende is de verdaging van de beslistermijn eerst na deze datum van 20 februari 2016 bekendgemaakt en in werking getreden, zodat de beslistermijn, zo begrijpt het Hof het standpunt van belanghebbende, op maandag 22 februari 2016 is geëindigd; dit laatste, omdat 22 februari 2016 - nu ook in de opvatting van belanghebbende - een eindtermijn markeert.