ECLI:NL:GHAMS:2018:609
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning te [Z] met een WOZ-waarde vastgesteld op €725.000 voor het jaar 2016. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de vastgestelde waarde. Het geschil betrof de vraag of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport en een waardeopbouw, waarin drie vergelijkingsobjecten werden gebruikt die qua type, ligging en omvang voldoende vergelijkbaar waren. De grondwaardering was gebaseerd op een grondstaffel met verschillende vierkantemeterprijzen, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen ‘grond bij woning’ en ‘extra grond’. Belanghebbende betoogde dat de grondstaffel willekeurig was en dat de waarde niet in verhouding stond tot eerdere waarderingen.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en dat de gebruikte vergelijkingsobjecten en de grondstaffel niet willekeurig waren. De klachten van belanghebbende over de motivering en de verhouding tot eerdere WOZ-waarden faalden eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van €725.000.