ECLI:NL:GHAMS:2018:740
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek op grond van artikel 89 en 591a Sv na veroordeling in strafzaak
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van schade door ondergane verzekering en voorlopige hechtenis en tot een forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstandskosten.
De strafzaak met het betreffende parketnummer was reeds beëindigd met een veroordeling tot gevangenisstraf en geldboete, terwijl verzoeker van enkele andere feiten was vrijgesproken. Het hof oordeelde dat onder de term 'zaak' het gehele rechtsgeding moet worden verstaan, waardoor het verzoek op grond van artikel 89 Sv Pro niet-ontvankelijk is.
Het verzoek op grond van artikel 591a Sv werd tijdens de openbare behandeling in raadkamer namens verzoeker ingetrokken en behoeft daarom geen verdere bespreking.
Het hof verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek en beval onverwijlde betekening van de beschikking aan verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek op grond van artikel 89 Sv; het verzoek op grond van artikel 591a Sv is ingetrokken.