In deze zaak verhuurde Stichting Ymere woonruimte aan appellant tegen een maandelijkse huurprijs van €642,20. De huurder betaalde in mei en september 2015 geen huur, waarop Ymere hem aansprak via incassogemachtigde. Appellant beriep zich op een verrekenbare vordering wegens een schadeclaim in verband met reparatie en vervanging van goederen na een renovatie.
Ymere stelde echter dat appellant bedrog had gepleegd door brieven te manipuleren die een vastgoedbeheerder van Ymere zogenaamd had ondertekend. Deze brieven werden gebruikt om een schadevergoeding te claimen. De kantonrechter oordeelde dat appellant niet in staat was tegenbewijs te leveren en wees de vorderingen van Ymere tot ontbinding en ontruiming toe.
Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het bedrog opzettelijk was gepleegd om Ymere te bewegen tot betaling. Dit ernstige tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst rechtvaardigt ontbinding en terugbetaling van de onterecht ontvangen bedragen. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de proceskosten.