ECLI:NL:GHAMS:2018:823
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake arbeidsovereenkomst en schorsing tenuitvoerlegging beschikking
Laww Interim is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kantonrechter die oordeelde dat de arbeidsovereenkomst met [geïntimeerde] niet van rechtswege is geëindigd en heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden met betaling van een billijke vergoeding. Laww Interim verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging van deze beschikking vanwege een groot restitutierisico en onduidelijkheid over terugbetaling aan het UWV.
Het hof overweegt dat schorsing van tenuitvoerlegging alleen mogelijk is bij misbruik van executiebevoegdheid, bijvoorbeeld bij een juridische of feitelijke misslag of een noodtoestand. Het hof stelt vast dat de klacht over de toepassing van artikel 7:671b lid 8 sub c BW onvoldoende is om van een juridische misslag te spreken en dat er geen nieuwe feiten zijn die een noodtoestand veroorzaken.
Het gestelde restitutierisico en de weigering van [geïntimeerde] om het bedrag op een derdengeldrekening te storten, zijn onvoldoende voor schorsing. Ook is onvoldoende aannemelijk dat [geïntimeerde] geen redelijk belang heeft bij onmiddellijke tenuitvoerlegging. Daarom wijst het hof het verzoek af en houdt de beslissing over proceskosten aan tot de eindbeschikking in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de beschikking af.