ECLI:NL:GHAMS:2018:826
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling deskundigenrapport en procedurele instructies in civiele zaak
In deze civiele zaak tussen appellant en geïntimeerde heeft het gerechtshof Amsterdam op 12 september 2017 een tussenarrest uitgesproken. Op 8 november 2017 vond een comparitie plaats bij de woning van appellant, waarbij ook een deskundige aanwezig was. Deze deskundige diende op 13 februari 2018 zijn rapport in, waarvan partijen op 15 februari 2018 een afschrift ontvingen.
Appellant verzocht het hof bij brief van 20 februari 2018 om de deskundige op te dragen zijn onderzoek uit te voeren conform de Leidraad deskundigen in civiele zaken en de zaak te verwijzen voor indiening van het definitieve rapport. Geïntimeerde verzocht dit verzoek af te wijzen. Het hof overwoog dat in deze zaak maatwerk is verricht bij het deskundigenonderzoek, waarbij partijen en hun advocaten aanwezig waren en gelegenheid hadden tot vragen en commentaar.
Het hof oordeelde dat de gang van zaken in lijn is met de Leidraad, die vooral een richtsnoer is en geen dwingend voorschrift, zeker niet bij maatwerk zoals hier. Het verzoek van appellant werd daarom afgewezen. Wel wordt appellant in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over het rapport en kan geïntimeerde daarop reageren. De zaak is verwezen naar de rol van 3 april 2018 voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het verzoek om het deskundigenrapport aan te passen aan de Leidraad wordt afgewezen, maar partijen krijgen gelegenheid tot schriftelijke reactie.