Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
de inspecteur] in de proceskosten van eiseres [
belanghebbende] tot een bedrag van € 2.598;
2.Feiten
2.Background
3.Mission report
4.Conclusive remarks
bedrag] aan rechten bij invoer, zijnde douanerechten, verschuldigd bent. U bent dit bedrag verschuldigd omdat bij een communautair onderzoek in Jamaica is gebleken dat u de voor de opstelling van de aangifte benodigde gegevens heeft verstrekt, terwijl u wist of redelijkerwijze had moeten weten dat deze gegevens verkeerd waren. De in de aangiften ten invoer, vermeld in de bijlage, vermelde gevraagde preferentiële maatregel is ten onrechte verleend.
3.Geschil in hoger beroep
- het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging is geschonden;
- de UTB’s voldoende zijn gemotiveerd;
- de bij de onderhavige aangiften overgelegde EUR.1-certificaten rechtsgeldig zijn ingetrokken door de bevoegde Jamaicaanse autoriteiten;
- er voor elke zending die aan de EUR.1-certificaten ten grondslag ligt is bewezen dat deze niet de oorsprong Jamaica heeft verkregen;
- belanghebbende kwalificeert als douaneschuldenaar in de zin van artikel 201, derde lid, van het Communautair Douanewetboek (hierna: CDW);
- de boeking achteraf op grond van artikel 220, tweede lid, aanhef en onder b, van het CDW achterwege had moeten blijven;
4.Beoordeling van het geschil
Corporate development; major decisions on yarn sourcing, purchase & disposal; quotas; performance of Group companies; and internal audit”. Gelet op deze positie en taken van [persoon X] binnen de [X-groep] en haar positie binnen de individuele bedrijven, waaronder belanghebbende, had zij redelijkerwijze moeten weten van de opgezette constructie om de quota-regeling en de douanerechten te ontduiken.