ECLI:NL:GHAMS:2019:1109
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bewijslastverdeling bij verlies hoofdverblijf in sociale huurwoning
In deze zaak vordert woningstichting Eigen Haard ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een sociale huurwoning wegens vermeend verlies van hoofdverblijf door de huurder. Eigen Haard baseert zich op een beding in de algemene voorwaarden dat de bewijslast van het hoofdverblijf op de huurder legt.
De kantonrechter oordeelde dat dit beding oneerlijk is en dat de verhuurder de bewijslast draagt. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt uitgebreid dat het beding de huurder onredelijk belast en in strijd is met Richtlijn 93/13/EEG. Het hof benadrukt het belang van huurbescherming en de praktische moeilijkheden voor verhuurders om bewijs te leveren.
Het hof acht het bewijs van Eigen Haard voldoende om het verlies van hoofdverblijf voorshands vast te stellen, maar laat de huurder toe tot tegenbewijs. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling. Vanwege het principiële karakter van de rechtsvraag wordt cassatieberoep opengesteld.
Uitkomst: Het bewijsbeding dat de bewijslast van hoofdverblijf op de huurder legt is oneerlijk en nietig; de verhuurder draagt de bewijslast en de huurder wordt toegelaten tot tegenbewijs; de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.