ECLI:NL:GHAMS:2019:1115
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot schorsing en zekerheidstelling in hoger beroep leningsovereenkomsten
NEP is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin zij is veroordeeld tot betaling aan Orsford van een bedrag van ruim €10 miljoen wegens twee leningsovereenkomsten. NEP heeft een incidentele vordering ingediend tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en subsidiair tot zekerheidstelling.
Het hof overweegt dat schorsing van de tenuitvoerlegging slechts mogelijk is bij misbruik van executiebevoegdheid, bijvoorbeeld bij een klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag of bij dreigende noodtoestand. Het hof stelt vast dat NEP onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat het vonnis op een dergelijke misslag berust of dat na het vonnis feiten zijn voorgevallen die een noodtoestand veroorzaken.
Ook het gestelde restitutierisico door NEP wordt onvoldoende geconcretiseerd. Het belang van Orsford bij uitvoering van het vonnis zonder voorafgaande zekerheidstelling weegt zwaarder dan het belang van NEP bij zekerheid. Daarom wijst het hof zowel de primaire vordering tot schorsing als de subsidiaire vordering tot zekerheidstelling af. De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: De vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging en tot zekerheidstelling worden afgewezen.