ECLI:NL:GHAMS:2019:1335
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep en incident tot schorsing tenuitvoerlegging ontruimingsvonnis woonwagenstandplaats
In deze zaak zijn appellanten, woonachtig op een woonwagenstandplaats, door de kantonrechter veroordeeld tot ontruiming van die standplaats, met mogelijkheid tot uitvoering door de sterke arm. Appellanten vorderden incidenteel schorsing van de tenuitvoerlegging in afwachting van het hoger beroep, stellende dat de ontruiming ernstige gevolgen zou hebben, waaronder het ontbreken van alternatieve huisvesting en de kwetsbare situatie van een hulpbehoevend kind.
Het hof overweegt dat schorsing van tenuitvoerlegging alleen mogelijk is bij misbruik van executiebevoegdheid, bijvoorbeeld bij een klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag of wanneer de tenuitvoerlegging een noodtoestand veroorzaakt. Het hof constateert dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat het vonnis op een dergelijke misslag berust of dat er feiten zijn die een noodtoestand veroorzaken.
Daarom wijst het hof de incidentele vordering af. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van grieven. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging af wegens ontbreken van klaarblijkelijke misslag of misbruik van executiebevoegdheid.