Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellante sub 1] ,
[appellant sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
Pré Wonen vorderde ontruiming van een sociale huurwoning omdat appellante sub 1 haar hoofdverblijf had verplaatst naar Engeland en de woning zonder toestemming aan derden zou zijn ter beschikking gesteld. Daarnaast werd het bestaan van een in Nederland erkend huwelijk tussen appellanten betwist, wat medehuurderschap en aansprakelijkheid beïnvloedt.
De kantonrechter wees de ontruiming toe, stellende dat appellante sub 1 niet meer in de woning woonde, het huwelijk niet erkend was en de vijf mannen zonder toestemming in de woning verbleven. In hoger beroep betoogden appellanten dat het huwelijk wel erkend is, dat het vertrek naar Engeland tijdelijk was en dat de vijf mannen het adres slechts als postadres gebruikten.
Het hof constateerde veel tegenstrijdigheden in de verklaringen over het huwelijk, verblijf en inschrijvingen, waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. Het vertrek naar Engeland werd als verplaatsing van hoofdverblijf aangemerkt, maar indien het huwelijk erkend wordt, kan dit niet leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst. Ook over het gebruik van de woning door derden is onvoldoende duidelijkheid.
Gezien de onduidelijkheden en de mogelijke toepassing van de tenzij-clausule acht het hof toewijzing van ontruiming in kort geding niet gerechtvaardigd. Het bestreden vonnis wordt vernietigd, de ontruimingsvordering afgewezen en Pré Wonen veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontruiming af en veroordeelt Pré Wonen in de proceskosten.