ECLI:NL:GHAMS:2019:1957
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verwijdering van BKR-registratie wegens disproportionele verwerking persoonsgegevens
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin haar verzoek tot verwijdering van een BKR-registratie door ING werd afgewezen vanwege termijnoverschrijding en het ontbreken van onrechtmatigheid in de gegevensverwerking.
De kern van het geschil betreft de registratie van een betalingsachterstand op een doorlopend krediet, waarbij appellante betoogt dat zij niet tijdig en conform het reglement schriftelijk is gewaarschuwd en dat de registratie disproportioneel is gezien haar persoonlijke omstandigheden en het feit dat de schuld inmiddels is voldaan.
Het hof oordeelt dat hoewel het verzoek in beginsel niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding, het verzoek om proceseconomische redenen inhoudelijk wordt behandeld. Het hof stelt vast dat ING wel degelijk schriftelijk heeft gewaarschuwd en dat appellante geen gemotiveerde betwisting heeft ingebracht.
Echter, gelet op de geringe omvang van de schuld, het feit dat appellante een aanzienlijk spaarsaldo had en de negatieve gevolgen van de registratie voor haar financieringsmogelijkheden, acht het hof de registratie disproportioneel. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en beveelt ING binnen twee weken de codes A en 3 uit de BKR-registratie van appellante te verwijderen, met veroordeling van ING in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof beveelt ING binnen twee weken de codes A en 3 uit de BKR-registratie van appellante te verwijderen wegens disproportionele verwerking.