ECLI:NL:GHAMS:2019:1976
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank inzake proceskosten naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de in rekening gebrachte kosten voor een naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij behorende aanmaningskosten. De ontvanger van de Belastingdienst had de kosten verminderd tot nihil en een kostenvergoeding toegekend, maar belanghebbende was het hier niet mee eens en stelde dat een extra bezwaarschrift was ingediend dat niet in aanmerking was genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat niet aannemelijk was gemaakt dat een tweede bezwaarschrift was ingediend en dat de toegepaste wegingsfactor van 0,25 passend was gezien de lichte aard van de zaak. Belanghebbende ging in hoger beroep en voerde aan dat de ontvangst van het bezwaarschrift aannemelijk was gemaakt met een schermafdruk en dat de zaak niet licht was.
Het Hof oordeelde dat de enkel overgelegde schermafdruk onvoldoende bewijs vormde voor ontvangst van het bezwaarschrift en bevestigde de motivering van de rechtbank over de wegingsfactor. Ook de klacht over de motivering van de rechtbankuitspraak werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.