Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grieven 1 respectievelijk 2is opgekomen, zijn de vastgestelde feiten niet in geschil, zodat deze ook het hof tot uitgangspunt strekken.
3.Beoordeling
grief 3keert Joseph zich onder meer tegen voornoemde bewijsopdracht. Op zichzelf terecht voert Joseph aan dat bij de beoordeling van de vraag of het vereiste causaal verband bestaat tussen de tekortkoming van Préferent c.s. en de schade, onderscheid moet worden gemaakt tussen de verschillende schadeposten waarvan vergoeding wordt gevorderd. Het hof zal hierna eerst ingaan op de door Joseph gestelde schade onder I (gederfde winst uit exploitatie winkelruimte) en onder III (schadeclaim huurder). De schadeposten II (lagere waarde terug te leveren appartementsrecht van Pré Wonen) en IV (advieskosten) zullen hierna afzonderlijk worden besproken onder 3.17-3.18 en onder 3.19.
grief 5gericht tegen de waardering door de rechtbank van het naar aanleiding van deze bewijsopdracht bijgebrachte bewijs.