ECLI:NL:GHAMS:2019:2060
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging vonnis beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik
In deze civiele zaak zijn appellanten in hoger beroep gekomen tegen vonnissen van de kantonrechter waarin hun huurovereenkomst met geïntimeerde is beëindigd vanwege dringend eigen gebruik door geïntimeerde. De kantonrechter had bepaald dat appellanten uiterlijk 1 augustus 2019 de woning moesten ontruimen en ontruimd houden. Tevens werd een verhuiskostenvergoeding van €10.000,- toegekend aan appellanten.
Appellanten verzochten incidenteel om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis totdat het hoger beroep is beslist. Geïntimeerde stemde in met deze schorsing. Het hof overwoog dat de primaire vordering tot vernietiging van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet in het incident kan worden toegewezen en verwees dit naar de hoofdzaak.
Het hof besloot de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen voor de duur van het hoger beroep, wees het overige in het incident af en bepaalde dat iedere partij de eigen kosten draagt. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van antwoord door geïntimeerde, waarna verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot beëindiging van de huurovereenkomst wordt geschorst totdat het hoger beroep is afgerond.