In deze civiele zaak staat een dekkingsgeschil centraal tussen [X] BVBA, onderaannemer gespecialiseerd in sloop met explosieven, en verzekeraar Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. Het geschil betreft schade aan springlijnen en niet tot ontploffing gekomen explosieven tijdens sloopwerkzaamheden aan een kademuur in de Amazonehaven te Rotterdam.
De verzekering dekt onder Afdeling I materiële schade aan het verzekerde werk, waaronder ook voorbereidings- en bijkomende werkzaamheden vallen. Het hof oordeelt dat de niet geëxplodeerde explosieven onderdeel uitmaken van het verzekerde werk en verloren zijn gegaan, zodat de kosten voor vervanging daarvan gedekt zijn. Delta Lloyd had deze kosten onvoldoende gemotiveerd betwist, waardoor toewijzing volgt.
Voor de door [X] gevorderde reddingskosten onder Afdeling II (wettelijke aansprakelijkheid) geldt dat deze alleen vergoed worden bij onmiddellijk dreigend gevaar. Het hof stelt vast dat dit gevaar ontbrak, zodat geen dekking bestaat voor deze kosten. Ook het beroep op vergoeding als buitengerechtelijke kosten faalt. Daarnaast wijst het hof buitengerechtelijke kosten toe die niet door Delta Lloyd zijn weersproken.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de vergoeding van de verloren explosieven en buitengerechtelijke kosten afwijst en veroordeelt Delta Lloyd tot betaling van € 27.140,- plus rente en € 1.117,80 aan buitengerechtelijke kosten, met rente. De overige beslissingen worden bekrachtigd.