ECLI:NL:GHAMS:2019:2494
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankbeslissing over WOZ-waarde en proceskostenvergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak voor het kalenderjaar 2017. De heffingsambtenaar van de gemeente Velsen had deze waarde vastgesteld, welke bij uitspraak op bezwaar werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en de waarde verminderde. Tevens kende de rechtbank een beperkte proceskostenvergoeding toe, maar wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep verzocht belanghebbende wederom om proceskosten-, reiskosten- en schadevergoeding. Het hof stelde vast dat de proceshandelingen feitelijk door belanghebbende zelf waren verricht, ondanks dat deze namens een rechtspersoon handelde, waardoor geen sprake was van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hierdoor was geen recht op vergoeding van dergelijke kosten.
Het hof onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de reiskostenvergoeding terecht was toegekend en zag geen reden hiervan af te wijken. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat belanghebbende dit niet nader had onderbouwd en de rechtbank terecht had overwogen dat de schade niet aannemelijk was gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.