ECLI:NL:GHAMS:2019:2576
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2013, opgelegd door de inspecteur van de Belastingdienst. De navordering was gebaseerd op een later ingediend aangiftebiljet dat een lager belastbaar inkomen en minder voorheffingen vermeldde dan de oorspronkelijke aanslag.
De rechtbank Noord-Holland had de navorderingsaanslag bevestigd, waarbij ook werd vastgesteld dat de navordering ondanks het verstrijken van de bezwaartermijn rechtmatig was. Belanghebbende stelde dat de inspecteur het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel had geschonden, en betwistte de bevoegdheid van de inspecteur en de gemachtigde van het aangiftebiljet.
Het hof oordeelt dat navordering is toegestaan op grond van artikel 16 lid 2 AWR Pro omdat te weinig belasting is geheven door onjuiste verrekening van voorheffingen. De bezwaren van belanghebbende worden verworpen, aangezien geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die een schending van beginselen van behoorlijk bestuur aantonen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 blijft in stand.