ECLI:NL:GHAMS:2019:2895
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Correctie van kennelijke schrijffout in civiel arrest over betalingsverplichting
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam op 23 juli 2019 een arrest gewezen in een civiele zaak tussen appellant en geïntimeerde. Na het uitspreken van het arrest heeft de advocaat van appellant het hof verzocht een kennelijke schrijffout in het dictum te herstellen. De fout betrof de toewijzing van betalingsverplichtingen, waarbij appellant ten onrechte werd veroordeeld tot betaling aan geïntimeerde, terwijl dit andersom had moeten zijn.
De advocaat van geïntimeerde heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot verbetering. Het hof heeft de kennelijke fout erkend en besloten het arrest te verbeteren door de zin in het dictum aan te passen zodat geïntimeerde veroordeeld wordt tot betaling aan appellant.
Deze verbetering is op de minuut van het arrest gesteld en het arrest is op 6 augustus 2019 door de meervoudige kamer van het gerechtshof Amsterdam in het openbaar uitgesproken. Deze correctie heeft geen inhoudelijke gevolgen voor de overige onderdelen van het arrest.
Uitkomst: Het gerechtshof heeft het arrest verbeterd door de betalingsverplichting aan de juiste partij toe te wijzen.