ECLI:NL:GHAMS:2019:3640
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kwalificatie inkomsten musicus als loon uit dienstbetrekking en resultaat uit overige werkzaamheden
Belanghebbende, een musicus en muziekdocent, betwistte de fiscale kwalificatie van zijn inkomsten over 2013. De inspecteur had de inkomsten uit vaste aanstellingen bij diverse instellingen als loon uit dienstbetrekking aangemerkt en de overige inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden. Belanghebbende stelde dat al zijn inkomsten winst uit onderneming waren.
De rechtbank oordeelde dat de inkomsten uit vaste aanstellingen bij [A], de [hogeschool] en [D] loon uit dienstbetrekking zijn vanwege de aanwezigheid van loon, arbeid en gezag, en dat de inkomsten uit werkzaamheden voor [B] en [C] resultaat uit overige werkzaamheden zijn. Belanghebbende had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij ondernemersrisico liep of zelfstandig een onderneming dreef.
Het hof bevestigde dit oordeel en voegde toe dat het ontbreken van facturering en administratieve handelingen duidt op het ontbreken van ondernemerschap. Ook de door belanghebbende ontwikkelde muziekmethode en zijn artistieke vrijheid konden niet wegnemen dat sprake was van dienstbetrekking. De kostenaftrek werd beperkt tot een bedrag gerelateerd aan de werkzaamheden die als resultaat uit overige werkzaamheden werden aangemerkt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de inkomsten uit vaste aanstellingen loon uit dienstbetrekking zijn en overige inkomsten resultaat uit overige werkzaamheden, en verklaart het hoger beroep ongegrond.