Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Winst uit onderneming
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende verrichtte in 2013 thuiszorgwerkzaamheden voor een zorgbemiddelingsbedrijf en ontving daarvoor bruto €33.344. De Belastingdienst kwalificeerde deze inkomsten als loon uit dienstbetrekking en legde een aanslag inkomstenbelasting op. Belanghebbende stelde dat sprake was van winst uit onderneming en dat zij zelfstandig werkte op basis van een VAR-wuo.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij zelfstandig en voor eigen rekening en risico werkte. Er was een gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverplichting en loonbetaling door het bedrijf. De VAR-wuo was ingetrokken en kon niet leiden tot een andere fiscale kwalificatie. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en corrigeerde de aanslag met inachtneming van gemaakte bemiddelingskosten.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Ook indien verondersteld werd dat sprake was van winst uit onderneming, had belanghebbende onvoldoende feiten aangevoerd om het belastbaar inkomen te verlagen. Het hof oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd als loon uit dienstbetrekking en dat de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de inkomsten uit thuiszorgwerkzaamheden in 2013 loon uit dienstbetrekking zijn en wijst het hoger beroep af.